Nieuws detail
14 juli 2010
Nieuwe invulling begrip 'bouwterrein'
Inleiding
Op 19 november 2009 heeft het Europese Hof van Justitie een belangrijke uitspraak gedaan in een Nederlandse casus. Deze uitspraak heeft ook gevolgen voor gemeenten.
Hierna in het kort de casus en daarna de belangen voor gemeenten.
Casus
De Stichting Leusderend verkocht in 1998 aan Don Bosco Onroerend Goed bv een perceel. Op dat perceel stonden toen nog twee oude gebouwen. De bedoeling was volledige sloop. In augustus 1999 verleende de gemeente Leusden de sloopvergunning. In september begon een aannemer in opdracht van de verkopende stichting met de sloop. Later op die sloopdag werd het perceel notarieel geleverd.
Uiteraard was de sloop nog niet gereed. De inspecteur legde daarom bij Don Bosco een naheffingsaanslag overdrachtsbelasting op. Don Bosco begon tegen deze naheffingsaanslag een procedure. Het Hof gaf de inspecteur gelijk: de levering van het deels bebouwde perceel was vrijgesteld voor de omzetbelasting en dus belast met overdrachtsbelasting.
Don Bosco gaf niet op en ging in cassatie. De Hoge Raad stelde prejudiciële vragen. Deze vragen komen er op neer of de levering van een gebouw dat gedeeltelijk is gesloopt met het oog op complete sloop ten behoeve van nieuwbouw nog de levering van het oude gebouw vormt (vrijgesteld van btw) of als een levering van een nieuw gebouw. Verder wilde de Hoge Raad van de EU-rechter weten of het relevant is of de verkoper cq koper nieuwbouwplannen hebben ontwikkeld.
Uitspraak EU-Hof van Justitie, C-461/08
Het EU-Hof begint te stellen dat vrijstellingen strikt moeten worden uitgelegd (gangbaar).
Vervolgens stelt het hof aan de uitlatingen van de Commissie vast dat het om de grond gaat. Het opstal is puur ondergeschikt.
Het is dus de vraag of sprake is van twee prestaties (te weten levering grond en sloop gebouwen) of van één samengestelde prestatie (met meer elementen).
Het uiteindelijke doel was een bouwterrein aldus het EU-hof.
De sloopwerken en de levering hebben elkaar overlapt (overweging 39). Vanuit het oogpunt van de btw gaat het dan om één handeling die als geheel de levering van een onbebouwd terrein tot voorwerp heeft (overweging 40).
Eerste conclusie: deze handeling valt als geheel beschouwd niet onder de vrijstelling voor de levering van een gebouw (overweging 41). De vraag die nu beantwoord moet worden: is deze levering belast met omzetbelasting (als bouwterrein, en daarom vrij van overdrachtsbelasting) of toch vrijgesteld (als levering van onbebouwde grond niet zijnde bouwterrein, denk aan een bloembollenveld).
De Hoge Raad zal zich hier uiteindelijk over moeten uitspreken.
In overweging 11 van de casus Don Bosco valt te lezen dat het de bedoeling was nadien nieuwe gebouwen te realiseren. Niet om gras in te zaaien voor een parkje...
Belang gemeenten
Gemeenten werken graag mee aan een fiscale optimalisatie. Als de kopende partij vraagt om een levering met overdrachtsbelasting dan dient thans uitgekeken te worden dat een eerste sloophandeling niet leidt tot de heffing van omzetbelasting.
Dit is nu nog van belang voor transacties met bijvoorbeeld woningcorporaties. Echter: hun keuzerecht om af te zien van de integratieheffing is per 1 januari 2010 vervallen (met een overgangsperiode van vier jaar). Veelal zal dan de heffing van omzetbelasting voordeliger zijn (vooraftrek tijdens bouwfase, integratieheffing bij oplevering). De overdrachtsbelasting is dan in ieder geval geen kostprijsverhogende factor. Los van de jurisprudentie die er is (Hof) en nog moet komen (Hoge Raad) over de vraag of (oude) grond tot de maatstaf van heffing hoort.
Zie artikel elders op deze site ("Integratieheffing: intrekking goedkeuring, overgangsregeling tot 2014").
Conclusie A-G mr. M. van Hilten
Na de uitspraak van het Europese Hof van Justitie moet de zaak terug naar de Hoge Raad.
Voor deze uitspraak doet geeft de Advocaat-Generaal een visie. Deze is 17 juni 2010 'uitgesproken' (publicatie 9 juli 2010) en te vinden onder LJN-nummer BN0646.
Kort: de A-G meent dat de richtlijnconforme interpretatie van deze feiten inderdaad leiden tot een bouwterrein (artikel 11, lid 4 OB) en dat derhalve de levering belast is (op grond van 11-1-a-1 OB, zodat een vrijstelling overdrachtsbelasting van toepassing is).
Nu dus de Hoge Raad zelf nog.
Conclusie auteur
Als een gemeente mee wil werken aan de wens van een koper grond met opstal vrij van btw te leveren dan dient in ieder geval niet met de sloop begonnen te worden.
Auteur: mr. Hans Rooijackers, gemeente Eindhoven, 16 december 2009. Aangepast 5 januari 2010 (na telefonische toelichting Ministerie van Financiën) en 14 juli 2010 (na conclusie A-G).